Skip to content
In de praktijk
werk20en20innerlijke20rust.gif

Een onderdeel van onze werkzaamheden vormt het verzorgen van “second-opinions”. Naar aanleiding van de activiteiten van bedrijven, beoordelen wij de verzekeringen op juistheid en volledigheid. Hieronder een aantal opvallende zaken die we bij deze controles tegenkwamen.

Een bedrijf dat procesmanagers en adviseurs in dienst heeft op het gebied van ruimtelijke ontwikkelingen heeft 6 jaar geleden een beroepsaansprakelijkheidsverzekering afgesloten waarvoor een jaarpremie betaald wordt van ongeveer € 10.000,-- per jaar.

Bij het doornemen van de polis, stuiten we op een veelheid van clausules en verwijzingen. Na de polis volledig bestudeerd te hebben, kwamen we tot de conclusie dat dit bedrijf een beroepsaansprakelijkheidsverzekering had afgesloten voor het beroep van “architect”.  

Conclusie: bij een schade geen dekking op de polis.

Een ander bedrijf had 7 individuele polissen afgesloten bij 1 verzekeraar. Een telefoontje naar de desbetreffende verzekeraar zorgde ervoor dat dezelfde polissen opgenomen konden worden in een pakket waarbij de verzekeraar een korting verleende van 10% per jaar.

Conclusie: het bedrijf betaalde onnodig teveel premie.

Een volgend bedrijf (elektrotechnisch installateur) had begin van het jaar tijdens werkzaamheden een schade veroorzaakt bij een klant. Hij had de schade gemeld op zijn aansprakelijkheidsverzekering. Via zijn tussenpersoon kreeg het bedrijf te horen dat de schade niet vergoed werd in verband met de uitsluiting “opzicht”. Het bedrijf vertelde mij hiervan. We hebben de polisvoorwaarden bekeken en de verzekeraar alsnog aangesproken de schade te vergoeden. Drie weken later had de verzekeraar de schade uitbetaald.

Conclusie: verzekeraar en tussenpersoon waren er ten onrechte vanuit gegaan dat de schade niet onder de polis gedekt was.

Een bedrijf  actief in de staalcoating had, via een tussenpersoon, een zg. Wegam-polis afgesloten. Ieder jaar moet dit bedrijf een opgave doen van het personeel dat “zakelijke kilometers” rijdt. Dit bedrijf dacht dat “woon-werk verkeer” ook onder deze noemer viel en gaf daardoor 20 werknemers extra op. Voor personeel dat zakelijke kilometers rijdt, moest echter een veel hoger tarief betaald worden dan voor het overige personeel.

Conclusie: het bedrijf betaalde jaarlijks teveel premie.

Een bedrijf, producent en leverancier van meet- en regelinstrumenten heeft een dochteronderneming in Amerika. Omdat deze Amerikaanse dochter een eigen aansprakelijkheidsverzekering in Amerika had afgesloten met een verzekerd bedrag van

$ 1.000.000,--, had de tussenpersoon (een grote assurantiemakelaar) geadviseerd een eigen risico op de aansprakelijkheidsverzekering op te nemen van dit zelfde bedrag voor de dekking in Amerika. Na bestudering van de polis bleek het één en ander echter niet op elkaar afgestemd te zijn.

Conclusie: het bedrijf liep grote financiële risico’s op het gebied van productaansprakelijkheid in Amerika.

Een timmerbedrijf met zo’n 30 man personeel had een ziekteverzuimverzekering met een eigen risico in dagen en een structureel laag ziekteverzuim. De huidige tussenpersoon had de klant een voorstel gedaan voor een gelijkwaardige dekking bij een andere verzekeraar. Op jaarbasis kostte deze verzekering ongeveer 13.000,--.

Bij een dergelijke onderneming is een stop loss variant veel meer op zijn plaats. Dit is een ziekteverzuimverzekering met een eigen risico in geld. Komt het totaal aan verzuimkosten boven dit bedrag uit, dan komt het resterende ziekengeld voor rekening van de verzekeraar. De premies van dergelijke varianten zijn substantieel lager.

Conclusie: een polis, beter afgestemd op het bedrijf en een premiebesparing van zo’n € 9.000,-- per jaar.


Een bedrijf actief in de staal had een Constructie All Risk verzekering (CAR) afgesloten voor een jaarpremie van  5.000,--. Op deze verzekering zijn diverse dekkingsonderdelen op de polis mee te verzekeren. De klant had alle vijf de dekkingsonderdelen verzekerd. Op twee onderdelen had de klant dubbele dekking. Op de bedrijfsaansprakelijkheisverzekering waren deze risico's ook verzekerd. Een derde derkkingsonderdeel had geen waarde omdat hierop geen risico werd gelopen. Maar daarnaast bleek bij de inventarisatie dat het bedrijf 98% van de omzet verwerft in onderaanneming. In deze gevallen valt de onderneming automatisch onder de dekking van de CAR-verzekering van de hoofdaannemer.
Conclusie: een overbodige verzekering. In die gevallen waarbij het bedrijf zelf als hoofdaannemer werkt, kan (indien gewenst) voor een aflopende CAR-verzekering gekozen worden.

 

Contact

  • Leeghwaterstraat 25
  • Postbus 210
  • 2810 AE Reeuwijk
  • Tel. (0182)308193
  • Fax (0182)308194
  • Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken

Nieuwsbrief